De start

Bij elk looponderdeel begin je met de start. Maar hoe gaat dat nu precies? Vaak merk je pas bij de eerste wedstrijden hoe het in zijn werk gaat. De startcommissaris en starter, of soms je trainer of ouder vertellen je dan wat je moet doen. Toch is de startprocedure elke keer hetzelfde en is ook vast omschreven in het wedstrijdreglement. De starter zal zijn of haar best doen om iedere atleet dezelfde kansen te geven voor een faire (eerlijke) start.
Een goede start is het halve werk, daarom heb ik stukje geschreven om in (hopelijk) begrijpelijke taal uit te leggen hoe de start in zijn werk gaat. Doe er je voordeel mee in je eerstvolgende wedstrijd!

Er zijn drie soorten starts: voor de sprintafstanden tot 100m en de 110m horden, voor de middellange afstanden (150 tot en met 800m) en voor de lange afstanden (1000m en meer). Voor alle starts geldt eigenlijk dat ze in drie stappen verlopen.  De plaatsen waar je dan heengaat, staan in de plaatjes bij dit artikel aangegeven met de omcirkelde letters A, B en C.

Dit artikel geeft een samenvatting van het verloop van de startprocedure voor de rechte lijnstart, de versprongen lijnstart en de gebogen lijnstart.

Voor alle procedures geldt het volgende. De letters A, B, C verwijzen naar de tekeningen bij dit artikel.

Je meldt je (ongeveer een kwartier voor de starttijd) aan bij de startcommissaris. Dat is meestal de persoon met een juryhesje en een klapper met de startlijsten. Als je op spikes loopt, heb je die natuurlijk al aan. Voor afstanden met startblokken ga je die instellen en doe je een proefstart. Als je pupil bent, mag een trainer of ouder je hier bij helpen. Daarna ga je op plaats A staan totdat de starter begint met het eerste commando. Dit is de enige keer dat je achter de baankubus (het witte blok met het baannummer) staat. De tweede stap is wanneer je het commando “Dames (of heren) gereedmaken” krijgt. Je maakt je dan klaar en gaat voor de baankubus staan (B). De derde stap is de eigenlijke start: vanaf het commando “Op uw plaatsen” (je gaat naar de plaats met letter C) tot en met het startschot.

De startprocedure gaat beginnen als de starter op zijn plaats, meestal op een verhoging gaat staan.

Rechte lijnstart

Bij de sprintonderdelen tot 100m en de hordenafstanden tot 110m staan de startblokken en baankubussen op een rechte lijn achter de startlijn. We noemen dit dan ook de rechte lijnstart.

De ideale gang van zaken is als volgt:

1.       Je meldt je bij de startcommissaris.

2.       Op aangeven van de startcommissaris maak je je startblok gereed en doet een proefstart.

3.       Je gaat achter je baankubus staan (A) zodra je klaar bent.

4.       De starter geeft het commando “Dames/Heren, gereedmaken”.

5.       Je doet nu eventueel je jack of trainingspak uit, strikt je veters en doet je haar goed.

6.       Als je klaar bent, stap je voor de baankubus (B). De starter weet nu dat je klaar bent.

7.       Als alle deelnemers gereed zijn, zegt de starter “Op uw plaatsen”.

8.       Je loopt naar je startblok (C) en neemt je positie in: handen aan de grond, achter de lijn, minstens 1 knie aan de grond en je voeten maken allebei contact met het startblok.

9.       De startcommissaris loopt achter je langs en controleert je voeten en handen en stapt naar achteren.

10.   De starter geeft het commando “Klaar”.

11.   Je komt omhoog in je startpositie en blijft zo stil mogelijk staan.

12.   De starter lost het startschot.

13.   De starter overtuigt zich ervan dat iedereen op reglementaire wijze van start is gegaan.

 

 

De startcommissaris kan zeggen “Baan x” om een atleet te corrigeren. Bijvoorbeeld: “Baan 3: 1 knie aan de grond”.

Als er iets niet in orde is kan de starter de procedure onderbreken met het commando “Herstellen” of “Herstel”, tenzij het startschot al gelost is, dan zal hij nog een keer schieten. Of als het wapen weigert, hard op zijn fluit blazen.

In dat geval ga je weer voor de baankubus staan (B). Je gaat dus na stap 4 nooit meer achter de baankubus staan! De starter zal aangeven wie een valse start heeft veroorzaakt (“Baan ‘x’”) of zal zeggen ”Geen valse start”. De startcommissaris zal afhankelijk van de situatie een geel/zwarte, een rood/zwarte of een groene kaart tonen aan één of meer atleten. De procedure gaat verder met stap 7: “Op uw plaatsen”.

Versprongen lijnstart

Zodra je bochten gaat lopen, is de lengte van elke baan anders. De startlijnen liggen daarom versprongen opdat iedereen dezelfde afstand loopt, en we noemen dit een versprongen lijnstart. Dit geldt voor afstanden van 150 t/m 800m.

De procedure voor de versprongen start gaat op precies dezelfde manier als voor de rechte start. De deelnemers staan nu niet naast, maar schuin achter elkaar en de startcommissaris zal op een iets andere manier controleren dan bij een rechte lijnstart.

Gebogen lijnstart

Bij nog langere afstanden wordt (soms 800m, en 1000m en meer) wordt gestart achter een gebogen lijn, dat noemen we daarom een gebogen lijnstart. De lopers mogen meteen na de start naar de binnenbaan.

Bij meer dan 12 deelnemers in een serie voor de 1000, 2000, 3000, 5000 en 10000m kunnen de atleten in 2 groepen verdeeld worden waarbij ongeveer 1/3 van de atleten start van een tweede gebogen startlijn, getrokken over de buitenste helft van de baan. Zij lopen de 1e bocht in de buitenste helft van de baan (in baan 4 of 5) tot het aangegeven punt, waar ook zij naar de binnenbaan mogen komen.

De procedure voor de gebogen start lijkt erg op de rechte en versprongen start. Maar er zijn geen baankubussen en startblokken, en maar twee commando’s: “Dames/Heren gereedmaken” en “Op uw plaatsen”, meteen gevolgd door het startschot. Het commando “Klaar” wordt niet gegeven, want je hoeft je nu niet op te richten uit de geknielde houding.

De ideale gang van zaken is als volgt:

1.       Je meldt je bij de startcommissaris.

2.       Je gaat een stukje achter de stippellijn staan (A) zodra je klaar bent.

3.       De starter geeft het commando “Dames/Heren, gereedmaken”.

4.       Je doet nu eventueel je jack of trainingspak uit, strikt je veters en doet je haar goed.

5.       Als je klaar bent, ga je achter de stippellijn staan (B). De starter weet nu dat je klaar bent.

6.       Als alle deelnemers gereed zijn, zegt de starter “Op uw plaatsen”.

7.       Je loopt naar de startlijn (C) en neemt je positie in: geen handen of knieën aan de grond, maar rechtop of gebogen, voeten achter de lijn, niet duwen en geen ellebogen gebruiken.

8.       De startcommissaris controleert vanaf de buitenzijde van de baan je voeten en stapt naar achteren.

9.       De starter kijkt of iedereen stilstaat en lost het startschot.

10.   De starter overtuigt zich e  rvan dat iedereen op reglementaire wijze van start is gegaan.

De startcommissaris kan atleten corrigeren met zijn stem. Als er niet afdoende wordt gereageerd kan hij zijn armen gekruist voor zich houden. De starter kan dan de procedure onderbreken met het commando “Herstellen” of “Herstel”, tenzij het startschot al gelost is, dan zal hij nog een keer schieten. Of als het wapen weigert, hard op zijn fluit blazen.

In dat geval ga je weer achter de stippellijn staan (B). De starter zal aangeven wie een valse start heeft veroorzaakt (“Atleet  <startnummer>”) of zal zeggen ”Geen valse start”. De startcommissaris zal afhankelijk van de situatie een geel/zwarte, een rood/zwarte of een groene kaart tonen aan één of meer atleten. De procedure gaat verder met stap 6: “Op uw plaatsen”.

 

 

Verzamel pagina overzicht