(Valse) start: wat doet de starter nou weer?

Zoals ik in het vorige artikel schreef: de starter zal zijn of haar best doen om iedere atleet dezelfde kansen te geven voor een faire (eerlijke) start. De starter zal zorgen voor een ordelijk verloop van de hele startprocedure, en als hij of zij daar aanleiding toe ziet, deze procedure afbreken. En soms zal hij een valse start toekennen aan een atleet.

De reden voor het afbreken van de procedure kan van alles zijn wat de normale gang van zaken verstoort. Dit kan komen doordat atleten niet snel genoeg reageren op de commando´s, of er lang over doen om stil te zitten na het commando “Klaar”. Maar ook omdat iemand voor de starter gaat staan waardoor hij de atleten niet goed meer kan zien, of een gebeurtenis elders op de baan. Als er een startscheidsrechter is, kan deze ingrijpen als die iets constateert. Of de starter ziet dat er iets niet klopt wat de startcommissaris nog niet heeft opgemerkt. Bijvoorbeeld een knie niet aan de grond, een kledingstuk op de verkeerde plaats, een atleet die alsnog veters gaat strikken of overeind komt, verzin het maar.

Óf: de starter oordeelt dat er sprake is van een valse start.

Het moment tussen het commando “Klaar” of “Op uw plaatsen” en het startschot is misschien wel het lastigste. Dan moet de starter in een zeer korte tijd beoordelen of de 6, 8 of meer atleten stilzitten of -staan, het schot lossen en in een reflex beslissen of de start goed of vals was. En als er iemand bewoog, was dat dan baan 3 of 4? Degene met het gele of het rode shirt? Of misschien wel meer dan 1? En als het er meer waren, in welke volgorde dan? Deze korte tijd is bij uitstek alleen voorbehouden aan de starter: de eventueel aanwezige startscheidsrechter heeft over die 1 à 2 seconden niets te zeggen. Het oordeel over een correcte dan wel valse start is voorbehouden aan de starter (Wedstrijdreglement artikel 129.2).

Als er iemand vertrekt vóór het startschot, dan volgt het commando “Herstellen”. Als er wel een startschot is gelost schiet de starter een tweede keer (terugschieten) of hij blaast op zijn fluit als het wapen weigert.

De procedure

 

De startprocedure verloopt zoals ik in het vorige artikel uitgebreid heb beschreven. Als de procedure wordt afgebroken na het commando “Klaar”, met het commando “Herstellen” of een tweede startschot, gebeurt het volgende. De starter overlegt eventueel met recall-starter, de startcommissaris en de scheidsrechter. Hij neemt zijn beslissing en deelt die mee. Als de atleten weer tussen de baankubus en de startblokken, of weer achter de opstellijn staan, zal hij bijvoorbeeld zeggen “Baan 3” of “Atleet 214” en de startcommissaris toont de zwart/gele of zwart/rode kaart aan de atleet (zie verderop over de consequenties). Deze zet ook het gele of rode bordje op de baankubus rechtop. Of de starter zegt “geen valse start” en de groene kaart wordt getoond aan alle atleten. Ook de startscheidsrechter mag eventueel een atleet waarschuwen en/of een gele of rode kaart tonen. In dat geval wordt er geen groene kaart meer getoond (dat is nieuw per 1 januari 2018). Daarna gaat het verder met “Op uw plaatsen”.

De consequenties

Formeel is het veroorzaken van een valse start een overtreding van de regels. En daar hoort een bestraffing bij. Artikel 162.8 stelt dat iedere atleet die verantwoordelijk is voor de valse start gediskwalificeerd moet worden, behalve bij meerkampen.

Dus de basisregel is: valse start is diskwalificatie.

Bij meerkampen geldt volgens artikel 200.8(c) dat in elke serie 1 valse start is toegestaan, zonder dat de atleet die de valse start veroorzaakte wordt gediskwalificeerd (evt. meerdere atleten). Elke atleet die in dezelfde serie de 2e valse start veroorzaakt wordt voor dat onderdeel gediskwalificeerd. Dit geldt ook voor individuele looponderdelen bij de masters.

Dus bij een serie in een meerkamp en bij masters geldt: 2e valse start is diskwalificatie, ongeacht wie de eerste valse start heeft veroorzaakt. Maar bij masters meerkamp geldt dezelfde regel als bij de D en C junioren.

De andere uitzondering betreft D en C junioren (Art. 321.1). Hier geldt: elke atleet die een 2e valse start veroorzaakt in dezelfde serie wordt gediskwalificeerd. Deze regel geldt ook voor estafettes, competitiewedstrijden en meerkampen.

Bij D en C junioren kan het dus voorkomen dat er bij 8 atleten in een serie 9 valse starts optreden voordat een atleet gediskwalificeerd wordt. In theorie kunnen er zelfs 15 valse starts plaatsvinden, waarna de overgebleven atleet rustig naar de finish kan wandelen (mits hij maar niet te vroeg vertrekt…).

Pupillen kunnen natuurlijk ook een valse start veroorzaken. Zij  worden hooguit gewaarschuwd (dat wil zeggen: de starter zal uitleggen wat de pupil wel of niet moet doen) maar dat heeft verder geen consequenties.

Samengevat:

Basisregel (senioren en junioren B en A)

(1e) Valse start is diskwalificatie (DQ)

Meerkamp

1e valse start is geel/zwarte kaart voor de hele serie

2e valse start in de serie is DQ

Masters individueel

1e valse start is geel/zwarte kaart voor de hele serie

2e valse start in de serie is DQ

Masters meerkamp

1e valse start is geel/zwarte kaart voor de atleet

2e valse start van dezelfde atleet is DQ

Junioren D en C (alle vormen)

1e valse start is geel/zwarte kaart voor de atleet

2e valse start van dezelfde atleet is DQ

Pupillen

Geen consequenties, alleen uitleggen

 

Maar nu het belangrijkste: wanneer is een start een valse start?

De regels

                “Een atleet verlaat het startblok voordat het startschot klinkt” (Art. 162.7) of
                “Een atleet reageert op het startschot in minder dan 1/10 van een seconde” (Art. 162.6)

Het wedstrijdreglement is duidelijk wanneer een start als vals aangemerkt moet worden. In artikel 162.7 staat: “Een atleet […] mag pas na het schot van de startrevolver met zijn start beginnen. Als, naar de mening van de starter […], eerder met de startbeweging wordt begonnen, is dit een valse start.”

Dus eenvoudig gezegd: je mag pas weg na het startschot. Voor die tijd mag je niet bewegen. Dat wil zeggen: je mag geen startbeweging maken. In twee opmerkingen bij het artikel wordt dat nog verder toegelicht. Als bij een beweging de voeten contact met het startblok houden en de handen op de grond blijven is het formeel geen valse start. Maar als de beweging werd ingezet vóór het startschot, niet ophield en doorging in de start dan wel. Met andere woorden: als je heen en weer wiebelt en contact met voetplaat en grond niet verliest, is het goed, maar als het een vloeiende beweging is die doorgaat in een start dan is het een valse start. Zelfs als je je handen en voeten nog niet had bewogen. Dit laatste wordt een “rolling start” genoemd en is 1 van de wijzigingen in het nieuwe wedstrijdreglement dat 1 januari 2018 van kracht is geworden (toelichting bij artikel 162.7).

 

Een valse start kan aan 1 of meer atleten worden toegekend. Uiteindelijk is er maar 1 atleet die als eerste vertrekt, maar als er meer dan 1 te vroeg weggaat kunnen er twee situaties zijn. Ten eerste kunnen atleten onafhankelijk van elkaar te vroeg vertrekken en ten tweede kan het zijn dat atleten op elkaar reageren in plaats van op het startschot. De starter moet dit dus in een fractie van een seconde waarnemen en zijn conclusies trekken (zonder Start Informatie Systeem, zie verderop). Als hij twijfelt zal hij de atleten terug schieten en geen valse start toekennen. Wel kan hij de startcommissaris of scheidsrechter instrueren om de atleet of atleten een waarschuwing te geven.

Vals of afgebroken?

Maar waarom wordt er niet altijd een valse start toegekend, en hoor je “Geen valse start” uit de mond van de starter, wordt er eventueel een groene kaart getoond en gaat de procedure verder met alle atleten? Dat wordt volledig bepaald door de starter. Deze is de enige die mag oordelen over het toekennen van valse starts. Ook de startscheidsrechter gaat niet over valse of reglementaire start en zelfs niet de recall-starter die soms aanwezig is en eventueel ook de atleten kan terugschieten. De scheidsrechter en recaller kunnen wel hun waarneming aan de starter doorgeven en de starter kan dit meenemen in zijn afweging. Bij duidelijke gevallen en als de starter zeker van zijn zaak is, dan zal deze eenvoudigweg 1 of meer atleten een valse start toekennen. Maar als het niet zo duidelijk is of de starter twijfelt, dan zal hij de atleten het voordeel van de twijfel moeten geven. Op die manier zijn de rechten van alle belanghebbenden het best beschermd. Tenslotte kan er ook een externe oorzaak zijn waardoor de start wordt afgebroken of teruggeschoten. Een voorbeeld is bijvoorbeeld een hard geluid dat lijkt op een startschot of iemand uit het publiek die op een fluit blaast.

Start Informatie Systeem

Dan het tweede artikel (162.6): dit gaat in op het gebruik van een start informatie systeem (SIS, ook wel valse start detectie genoemd en de IAAF spreekt van ‘False Start Control Apparatus’). Dit zie je lang niet bij elke wedstrijd, maar natuurlijk wel bij grote wedstrijden als NK’s, EYOF, FBK Games e.d. Uiteraard alleen bij starts met startblokken, omdat het detectiesysteem op elk startblok is gemonteerd en met de computer verbonden.

 

In dit artikel wordt gesproken over de reactietijd van minder dan 0,1 seconde. De aanname is dat geen atleet sneller kan reageren op het startschot. Met andere woorden: als een atleet binnen 0,1 seconde na het startschot vertrekt, dan moet de start wel vals zijn. Het SIS geeft dan een piep in de koptelefoon van de starter, en de starter is verplicht de atleten terug te schieten. Vervolgens moet de informatie van het SIS beoordeeld worden door de starter en eventueel valse starts toegekend worden aan 1 of meer atleten. Zie het plaatje voor een voorbeeld van het scherm van een SIS.

schema_2.png 

De eerste rode lijn (Set) is het moment van het commando “Klaar”, de tweede lijn (bij 0, Gun) is het startschot en de derde lijn (Legal) is de 0,1 sec lijn. De blauwe grafiek geeft de druk van de voeten op het startblok aan. Als de lijn stijl omhoog gaat betekent dit dat de druk toeneemt ten gevolge van de afzet. Boven in het scherm kan de reactietijd worden afgelezen.

Een afbeelding van een ander systeem waarin in baan 5 een valse start is gedetecteerd:

 schema_2_2.png

Internationaal is er een felle discussie gaande over de 0,1 seconde-regel van de IAAF. Het ene kamp stelt dat het wetenschappelijk gezien niet mogelijk is eerder dan deze 0,1 seconde na het startschot te reageren en te vertrekken, zelfs niet als je traint op de reactie. Het andere kamp stelt dat er wel degelijk atleten zijn die sneller kunnen reageren en starten en dat formeel elke start na het startschot goed is, al was het 0,0 seconde. Er wordt ook gesproken over andere detectiemethoden, bijvoorbeeld met een aantal camera’s, net als bij de finish.

Voorbeelden van atleten die (te) snel kunnen starten zijn Usain Bolt, de Duitse Armin Hary, bijvoorbeeld op de OS van 1960 in Rome en Jon Drummond, die gediskwalificeerd werd wegens een valse start bij de WK 2003 in Parijs. Hij weigerde de baan te verlaten en heeft lange tijd rondgelopen en ging zelfs in zijn baan liggen, roepende “Ik bewoog niet!”. Later bleek hij inderdaad niet te vroeg te zijn vertrokken, maar slechts iets meer druk op de voetplaat te hebben gegeven, waardoor het SIS piepte.

1_2.jpg

Mede door de discussies hierover zijn de regels door de jaren heen een aantal keren gewijzigd door de IAAF. Oorspronkelijk was het zo dat elke 2e valse start van dezelfde atleet diskwalificatie betekende. Sinds 2003 is de regel toegevoegd waardoor de 2e valse start in de serie tot diskwalificatie leidt, want er waren daarvoor veel valse starts. Dit kwam omdat destijds sprinters gokten op ‘beating the gun’ oftewel ‘in het startschot vallen’ vanwege de grote invloed van reactietijd op de tijd op de sprintafstanden. Immers een tiende seconde op de 9 of 10 seconden van de 100m is de moeite waard. En elke atleet kon voorheen 1 valse start maken zonder consequenties. De gedachte achter dit artikel 162.8 was dat atleten voorzichtiger zouden worden en er minder valse starts zouden zijn. In 2010 is de regel verder aangescherpt tot de huidige vorm waarin elke 1e valse start tot diskwalificatie leidt (met een paar uitzonderingen voor meerkampen, masters, D en C junioren). Daarna is in 2012 de definitie van een valse start gewijzigd: voorheen mocht je helemaal niet bewegen in het startblok, vanaf 2012 mocht je best een beweging maken, mits handen niet van de grond kwamen en voeten niet van het startblok. Maar dat is per 1 januari jl. toch weer aangescherpt: de “rolling start” is toegevoegd aan de definitie van vals.

Zelf oefenen met de start

 

Er is een app voor je telefoon (Dash SP) die het startschot voor je doet en de beweging in het startblok kan detecteren en dus ook een eventuele valse start detecteren. Zo kun je zelf oefenen op de start. Ik heb dit zelf niet geprobeerd en heb dus geen idee of het werkt, maar lijkt me wel leuk om eens te gebruiken, vandaar dat ik het hier noem.

 2_2.png

Wil je nog meer lezen over de valse start, hier zijn wat interessante artikelen.

Valse start in diverse sporten

Reactietijden van sprinters

Valse start detectie en fotofinish

Wetenschappelijk onderzoek naar de kwaliteit van SIS-en

Artikelen over de valse start regel (naar minder dan 100 ms?): deel 1, deel 2, deel 3, deel 4.

In het volgende artikel ga ik in op de markeringen op de baan. Er staan nogal wat lijnen en tekens op onze prachtige nieuwe baan, maar wat betekenen die allemaal?

Verzamel pagina overzicht